Zondag, 06:15 AM. De mobiele telefoon op het nachtkastje begint te trillen en kondigt de tweede dag van ons volle programma aan. Ik blijf nog vijf minuten liggen en douche als tweede. Wat een luxe. Met slaperige ogen check ik het docking station van mijn camera. Het LEDje licht groen op. De batterij is geladen en klaar voor Pebble Beach Concours d’Elegance.
Het standaard ontbijt in Motel 8 bestaat uit slechte koffie en plakkerige zoetigheid in plastic verpakking. Continental breakfast laat je hier liever links liggen. Ik heb honger en bijt door de zure appel. Rond een uur of zeven is de club compleet. De navigatie wordt uitgericht op de peninsula van Monterey. Een schitterend stuk kustlijn, vol met golfclubs en villas.
Dit is de achtertuin van money making California. Toeristen zijn welkom. Eerst na het betalen van een 9 $ fee mag je de 17 Miles Road op. Vandaag wordt een uitzondering gemaakt voor bezoekers van het concours. We worden door oranje hesjes en wapperende handen richting een parkeerplaats aan de kust gedirigeerd. We parkeren de autos in een schilderij van William Turner. Rotsblokken en verwrongen bomen die aan de zeewind hun absurde vorm te danken hebben.
We gaan zitten in een van de vele shuttlebussen en merken dat we ondanks het vroege tijdstip niet de enigen zijn. We stappen uit en na een tour langs allerlei tenten en tentoonstellingen staan we een aantal minuten later voor het complex van de locale golfclub. Het evenement heeft een chique karakter en dito prijis. De creditcard gaat door de slider en ergens in Ingolstadt verdwijnt 175 $ van een bankrekening.
Pebble Beach is een verzameling bonbons op een zilveren schaal. Het gras is er groener en lijkt met een tondeuse op maat gesneden te zijn. Samen met een adembenemende blik op de Pacific een perfect landschap om een stel onbetaalbare klassiekers ten toon te stellen. Onbetaalbaar voor het gewone volk. Dat is hier echter ver te zoeken. Wij hebben onze zondagse schoenen aangetrokken en het t-shirt vervangen door een nette bloes. Daarmee behoren we tot de outsiders. Het merendeel van het Pebble gepeupel bestaat uit pakken, sigaren, grote hoeden en diep uitgesneden jurken, al dan niet vergezeld van extravagante honden. Zien en gezien worden is hier het motto. Zongebruinde succesvolle mensen die twijfelen tussen een Ferrari of een Aston Martin uit het jaar stillekes. Dikke klokken, grote zonnebrillen en het complete scala aan plastische chirurgie.
Heerlijk om doorheen te wandelen en af en toe een „hip shot“ te nemen.
Fotos van autos maken valt tegen. Ondanks het dikke prijskaartje ziet het hier zwart van de mensen. De hemel is strak blauw en het blik is tot in de laatste porien hoogglans gepolished. Groen gras, blauwe lucht en mensenmassas weerkaatsen zich in metaal. Ik besluit eerst maar eens een rondje te lopen en houd de camera in mijn zak. Kijken in plaats van knippen. Het valt niet mee tussen al dit exotische.
Uit de vele speakers klinkt een rustige vrouwenstem. Jaartallen en informatie dwarrelen door de lucht. Na een keer rond gelopen te zijn waag ik een kans met de camera. Ik sta bij een rode Ferrari en ben op zoek naar een detailshot. Ik zou de eigenaar moeten vragen of hij de deur even zou willen openen. Op de achtergrond hoor ik verschillende mensen vragen naar een handtekening. „Uw laatste boek vind ik so awesome!“
Nick Mason ontvangt de complimenten met een dikke grijns. Dit is Pebble Beach ten voeten uit.
Na een paar uur in de zon en het blatende publiek verbracht te hebben zoek ik een plek op het groene gras uit en schakel over naar audio mode als de prijsuitreikingen voor mooiste voitures beginnen. Te weinig slaap en teveel visuele input beginnen zich te wreken.
Pebble Beach Concour d’Elegance is een aanrader. Je moet er echter heel erg vroeg op de mat staan of laat blijven. Tegen het einde van de middag is het licht mooier en de mensenmassa minder. Het contrast met Laguna Seca is groot. Benzine Vs. Billionaires. Het eerste is puurder, het tweede surrealer. Een perfecte combinatie dus.
Tegen een uur of vijf verlaten we het spektakel. Steve en Laurent blijven nog een nacht in het hotel. Wij gaan terug naar Los Angeles. Voor ons liggen nog 650 km. We kunnen snel of mooi en kiezen voor het laatste. In de avondzon cruisen we over het mooiste stuk PCH dat California te bieden heeft. Lange schaduwen en enorm stijle rotskusten. Ik ben moe, maar blijf genieten.
Na Big Sur dalen we af naar zeeniveau en is het makkelijker inhalen. De 350 paarden worden van stal gehaald. Een uur lang achter een gammele camper hangen schiet niet erg op. Als de laatste zonnestralen over de Pacific vallen maken we een kleine pause. Aan de kust kort voor Juan Luis de Obizmo ligt een kolonie zeeleeuwen op het het strand voor pampes. Perfecte timing. De laatste 450 kilometers gaan op karakter.
Een lang weekend gaat ten einde als ik om half drie ‚s nachts enorm moe mijn bed induik.
Twee en een half uur later zit ik met een verslapen kop achter een beeldscherm in de studio. Telefoonconferentie met Ingolstadt. De presentatie verloopt goed, al duurt het even voordat die boodschap bij mij aankomt. „Please charge battery“.






Laatste reacties