Zondag avond wordt de kaart uitgerold over de tafel. Het doel staat vast, maar de weg er naartoe is even belangrijk. Al is de route via Interstate 10 naar Palm Springs en dan via Yoshua Tree Park omhoog zeer verleidelijk, we besluiten anders. Uiteindelijk wordt het een compromis tussen snel en mooi. Maandag vroeg pakken we de auto vol met tassen en voldoende water. Vandaag gaat het dwars de Mojave woestijn naar Las Vegas. Eerst snelweg uit Los Angeles om kilometers te maken, na Barstow wordt het pas echt genieten van het landschap.
Het blauwe pad dat de navigatie aangeeft blijft echter plakken aan de 15. We liggen voor op ons schema met een zonsondergang in Las Vegas en buigen dus bij Barstow af van de snelste route. „Viva Las Vegas!“ Geert zit op de achterbank al te zingen en wijst er ons op aan dat Vegas toch echt rechtdoor is. We voeren eerst het contrast even op en gaan stof bijten in de Mojave. Het gemormel zal snel verdwijnen. Rechts van de strakke Interstate 40 loopt een strook golvend asfalt. Het is de legendaire Route 66. Het toeval even meepakken. Het monument zit vol gaten en lijkt de doorhangende electriciteitskabels parallel te volgen. Een paar honderd meter verderop een goederentrein die geen begin en einde schijnt te hebben. Vervallen bouwsels, grond te koop, heerlijk verlaten.
Bij de eerste de beste stopmogelijkheid vallen we meteen met de neus in de boter. Bagdad Café. Was dat niet een filmlocatie? Achter het vervallen bouwsel staan een aantal uit dun aluminimum opgetrokken design klassiekers. De airstream carvans staan te tikken in de zon.
Kort voor Ludlow slaan we links af en duiken de Mojave woestijn in. Leegte. Verlaten wegen. Stoffig. Weinig flora waarachter oom agent zich zou kunnen verschuilen. Het gaspedaal gaat iets dieper het tapijt in. Na het bord “speed being checked by airplane” gaan terug we naar cruising mode. Een aantal vlakke heuvels verder ontvouwt zich een enorm panorama voor onze ogen. De horizon strekt zich. Bij deze aanblik wordt Geert zelfs stil. Wat een ruimte! Geweldig. Je probeert je voor te stellen hoe de pioniers met paard en wagen zonder airconditioning en strak asfalt zich hier gevoeld moeten hebben.
Bij het spookstadje Cena stoppen we nog een keer. Een paar maanden geleden was ik hier met mijn ouders en bevonden we ons midden in een woestijnstorm. Nu steken de twee huizen die de kleinste stad van de States telt af tegen de blauwe lucht. Roestende trucks in vergeeld steppengras, kruisende spoorlijnen die in geen jaren een trein gezien hebben. Wat nog ontbreekt is het tumbleweed dat onder harmonica gehuil de straat overrolt.
Het landschap verandert met elke mile. De horizon stijgt en daalt, een woud van Joshua trees doemt op en contrastreert met het aubergine kleurige asfalt.
Het laaste rechte stuk naar Vegas is een strakke weg die naast een lineaal getrokken lijkt. De eerste casinos duiken op naast de berm. Eten voor $ 5.99. Kleine dorpen die de hongerige toerist proberen te verleiden. We bijten door en maken bij Henderson nog een knik alvorens we in de verte de skyline van Vegas in het vizier krijgen. Daar ligt ze dan in gouden avond schemering, the city of sins. We rijden “the Strip” af en parkeren de auto naast de grote zwarte piramide. Luxor Hotel. Na snel inchecken vergapen we ons aan alle berdijvigheid. Als ik nog even iets uit de auto moet halen voel ik me als de Britten die voor het eerst de pyramides bezochten. De orientering valt niet mee. Het concept van de moderne casinos moge duidelijk zijn. Verwelkom met veel poeha en uiterlijk vertoon je gasten en houd ze vervolgens zo lang mogeIijk binnen je gamble walhalla. Concurrentie in de vorm van nog spectaculairdere pretpaleisen is er genoeg. Eten, drinken, complete pretparken en natuurlijk gokken. Het complete assortiment aan entertainment onder een dak.
Voordat we het dikke tapijt met zijn ontelbare speelautomaten betreden maken we eerst een wandeling op „the Strip“. Mensen kijken in dit Disneyland voor volwassenen. In een zee van licht vecht iedereen voor aandacht. Groot, groter, grootst, grotesk. Gigantische bouwputten waar ‚s nachts doorgetimmerd wordt aan de volgende trekpleister van Vegas. Belaggio, Cesars Palace, the Venetian. Het zijn een paar hoogtepunten waar we voorbij of door komen. De Amerikanen hebben een grote voorliefde voor alles wat Europees klassiek is. Een keer kloppen op een Italiaanse tempel doet vermoeden dat de plaatselijke MDF handelaar waarschijnlijk de grootste winnaar in Vegas is. Protserige kitch wordt hier met een grote K geschreven, in goud italic. „What happens in Vegas stays in Vegas“. De slogan waar de woestijnstad mee vaart zorgt voor een apparte atmosfeer. Een oort waar het altijd carnaval is. Flap flip flop. Een lange rij huurlingen staat rond elk verkeerslicht te flyeren. Toeristen worden„Businesskaartjes“ met telefoonnummers ter ontspanning in de hand gedrukt.
Na een lange wandeling keren we terug in het Luxor Hotel en betreden het hoogpolige tapijt. Het is er warm van alle knipperende lichten. Voor vijfentwintig cent ben je eigenaar van de rode MBW Z4 die omringd is door een carrousel aan automaten. Vijfentwintig cent of een ontelbaar veelvoud daarvan. In die kleine kans zit hem meteen ook het mechanisme en de verlokking van Vegas. Arm komen en rijk gaan of het tegenovergestelde. Af en toe hoort met gejuich opgaan. „Als het daar kan, kan het ook hier“ denk ik. De machine neemt mijn 20 Dollar biljet gretig in ontvangst. Het is allemaal strak geregeld. Ten elke tijden kan je je crediet in de vorm van een barcode op een ticket uit laten printen om vervolgens aan een andere automaat je geluk te zoeken of te zetten in harde cash bij de vele geldautomaten.
Al snel staat Geert naast me met een frisse barcode. Twintig Dollar verviervoudigd binnen een paar minuten. „Als hij het kan, kan ik het ook“ denk ik. Stijn kan de golf van succes niet meer aan en gaat aan de andere kant van de zaal verbeten voor de jackpot. Ik blijf sparen voor de BMW. Als de rest het bed opzoekt besluiten Geert en ik spontaan nog een rondje te spelen en een biertje te pakken. Het worden meerdere gezellige rondjes die deels op de rekening van het huis komen te staan. Keep them hooked, these happy players. Uitgeput en met lege portomonee ploffen we vroeg in de ochtend in ons bed. Geert telt zijn winst nog een keer uit en geniet van zijn fist full of Dollars.
Dinsdag ochtend checken we uit na een korte powernap. We zullen Vegas missen de komende dagen. De kitsch, glamour, sex, drank en geld. Onze succes neef doet nog een laatste poging ons over te halen de rest van de vakantie in dit Eldorado te blijven. Tevergeefs.
Eerst maar eens een stevig typisch Amerikaans ontbijt nuttigen om weer op krachten te komen. De weg van the Strip naar het oude Vegas is een reis terug in de tijd. De gebouwen worden kleiner, de architectuur vloeit van Mega Entertainment over naar „the atomic age“ naar rock and roll. Trouwkappellen en pawn shops voor instant ja-woord en geld.
Rond Fremont street staan de klassieke casinos uit de vroege jaren. Vegas Vic, de beroemde neon cowboy heeft gezelschap gekregen van duizenden LED lampjes. Om het gebied op te frissen heeft men de complete straat overdekt met het grootste televisiescherm ter wereld. Imposant. Desalnietemin heeft Vegas hier charme en een menselijke schaal behouden. Oude dames zitten met een peuk en portomonee achter de kasten. Echte karakters. In de donkere ruimtes kent men geen dag of nacht. Non stop gambling. Sierlijke neon reclames en veel goud verleiden. Het kriebelt. In the Golden Nugget probeer ik nog een keer een goudader aan te boren. Een Dollar, een druk op de knop. De rollen ratelen, stoppen en de credits gaan sky rocket. Een mooie afsluiter.
Laatste reacties